Nieuws & Actualiteiten


Dubbelpromotie van Barendregt en Bonneux

Eerder toename dan afname ouderdomsziekten te verwachten

Er zijn meer tekenen die wijzen op toename ('expansie') van ouderdomsziekten in de niet zo verre toekomst, dan op afname ('compressie'). Door de dalende sterfte aan ouderdomsziekten zullen steeds meer mensen uiteindelijk aan één of meer van zulke ziekten lijden.
Maar een gericht gezondheidsbeleid kan deze neiging tot 'expansie' wellicht doen omslaan in een 'compressie' (bijvoorbeeld een succesvol antirookbeleid en méér inspanningen om de beperkende gevolgen van ouderdomsziekten terug te dringen). Maar of het nu compressie of expansie wordt, in beide gevallen zullen de zorgbehoeften, en daarmee de kosten van de gezondheidszorg, blijven toenemen. Dat stellen Jan Barendregt en Luc Bonneux in hun proefschrift 'Ouderdomsziekten in een vergrijzende bevolking: modellen en hypothesen', waarop zij op woensdag 14 januari promoveren aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

In de niet zo verre toekomst zal de grote na-oorlogse geboortegolf vergrijzen en zal de vraag naar gezondheidszorg in grote mate bepaald worden door flinke aantallen zorgbehoevende ouderen. In hun proefschrift stellen Barendregt en Bonneux zich de vraag hoe ouderdomsziekten - zoals hartziekte, beroerte, kanker, dementie of een heupfractuur - zich in de toekomst zullen ontwikkelen. De toenemende levensverwachting, ook en vooral op hoge leeftijd, brengt het risico met zich mee dat het aantal zieke en gehandicapte ouderen extra toeneemt, en daarmee de kosten van de gezondheidszorg.

Twee theorieën

In de Nederlandse bevolking zijn de grote oorzaken van voortijdige sterfte bijna uitgeroeid en vormen - naast geestesziekten - ouderdomsaandoeningen de belangrijkste volksgezondheidsproblemen. De grote na-oorlogse generatie en de toenemende levensverwachting zijn hierdoor letterlijk en figuurlijk een grote bron van zorg. Volgens de theorie van de expansie zal de vergrijzing ouderdomsziekten sterk doen toenemen: door de toenemende levensverwachting zullen meer zieken langer leven.

De theorie van de compressie voorspelt echter het tegendeel. Volgens deze theorie bereikt in de ontwikkelde landen de levensverwachting een biologische grens: veel ouder kunnen we niet meer worden. Toch kan een gezonde levenswijze nog veel ouderdomsziekten voorkomen. Uiteindelijk wordt de periode van ouderdomsziekte(n) hierdoor beperkt, oftewel gecomprimeerd, tot een korte tijd vlak voor de onafwendbare, natuurlijke dood. Voor beide theorieën valt wat te zeggen, maar hoe zinvol zijn dergelijke globale uitspraken?

De promovendi stellen dat voorspellingen van zorgbehoeften zich moeten baseren op inzicht in de betrokken ziekten. Het is onwaarschijnlijk dat over deze zeer verscheiden groepen aandoeningen algemeen geldende uitspraken kunnen worden gedaan. De promovendi tonen bijvoorbeeld hoe door betere behandeling van acute hartziekten het aantal chronische hartpatiënten sterk is toegenomen: vroeger hadden deze patiënten het niet gehaald. Mede door behandeling van hoge bloeddruk is het aantal beroertes gedaald, maar dat is gedeeltelijk 'uitstel van executie', want daardoor neemt het aantal beroertepatiënten op hoge leeftijd toch weer toe. In de laatste jaren daalde de sterfte aan acute hartziekten bovendien dusdanig snel dat de daling in de beroertecijfers begon te stokken. Wie aderverkalking in de slagaders van het hart heeft, vertoont ook elders vaak aderverkalking, bijvoorbeeld in de hersenen. Sommige patiënten werden 'gered' van een acute hartdood, om vervolgens een beroerte te krijgen.

Barendregt en Bonneux tonen ook de gevolgen van veroudering op de gezondheidszorgkosten. Zo zal succesvolle preventie de gezondheidszorgkosten vrijwel altijd opdrijven: de lagere kosten als gevolg van ziekten die voorkomen zijn, wegen niet op tegen de hogere kosten van de gezondere en dus ouder wordende bevolking. Dat geldt bijvoorbeeld in het geval van roken: rokers zijn méér ziek en maken dus méér kosten, maar omdat niet-rokers langer leven, zijn ze uiteindelijk toch duurder voor de gezondheidszorg. Dit wil overigens niet zeggen dat stoppen met roken niet economisch voordelig kan zijn: de besparingen lopen voor op de kosten. En bovendien zou het belangrijkste argument om mensen te overtuigen met roken te stoppen niet gebaseerd moeten zijn op kostenoverwegingen, maar op de belangrijke gezondheidswinst die valt te behalen.

Promotor: prof.dr. P.J. van der Maas, Maatschappelijke gezondheidszorg


Noot aan de redactie:
Dubbelpromotie, woensdag 14 januari 1998, 14.00 uur, Collegezaal 7, Hoboken.
Info: bij de promovendi, tel. 010 - 408 7714/7722 (privé 010 - 233 2020), of bij de afdeling Interne & Externe Betrekkingen, tel. 010 - 408 1777.