Geloof en Geluk in landen

Maarten Berg en Ruut Veenhoven
Ethiek en Maatschappij, 2009, 12: 49-69, ISSN 1373-0975


Samenvatting

Dit artikel behandelt drie vragen over de relatie tussen geloof en geluk in landen: 1) Zijn mensen gelukkiger in landen waar geloof een grote rol speelt? 2) Maakt de aard van het geloof daarbij uit? 3) Doet diversiteit in geloof afbreuk aan het geluk?
Deze vragen worden beantwoord aan de hand van vergelijkende analyse van 142 hedendaagse landen. De mate van geloof in landen wordt gemeten met een enquêtevraag naar het belang dat men hecht aan God. De aard van geloof en de diversiteit van geloof worden gemeten aan de hand van percentages van de bevolking dat zich tot een bepaalde geloofsgemeenschap rekent. Geluk wordt gemeten met enquêtevragen naar ‘overkoepelend geluk’, stemmingsniveau en tevredenheid met het leven. Analyse van deze gegevens leert het volgende:

  1. Er is een negatief verband tussen mate van geloof en gemiddeld geluk (r = ─ 0.31). In landen waar God belangrijk wordt geacht zijn de mensen doorgaans minder gelukkig. Bij controle voor welvaart verdwijnt dit verband grotendeels. Ook bij aparte analyse van westerse landen vinden we een negatieve correlatie tussen religiositeit en geluk (r = ─ 0.29).
  2. Het percentage Christenen in een land blijkt positief samen te hangen met het gemiddelde geluk van de bevolking. Het percentage Katholieken hangt sterk samen met geluk op mondiaal niveau, terwijl het percentage Protestanten sterk samenhangt met geluk in de Westerse wereld. Op mondiaal niveau blijkt er een negatief verband te bestaan met het aantal Moslims, met het aantal Hindoes en met het aantal Boeddhisten, terwijl er geen verband wordt gevonden met het percentage Joden. De meeste verbanden verdwijnen na controle voor welvaart, maar het positieve verband met het percentage katholieken blijft (rp= +0.37). Hetzelfde geldt voor het negatieve verband tussen geluk en het percentage Boeddhisten (rp= ─ 0.27).
  3. Diversiteit in geloof in het land gaat doorgaans gepaard met lager geluk (r=─ 0.25), maar onder westerse landen blijkt juist een licht positief verband (r= +0.10).

Deze uitkomsten sluiten aan bij eerder onderzoek waaruit blijkt dat mensen beter gedijen in de moderne maatschappij dan in landen die nog dichter bij de traditionele agrarische samenleving staan. In die context kan geloof worden gezien als een bijverschijnsel van een minder leefbare maatschappijvorm, waarbinnen het mogelijk een positieve functie vervult. Geloof kan echter ook een factor zijn die dit soort samenlevingen in stand houdt.

Trefwoorden: Kwaliteit van leven, geluk, religie, multiculturele samenleving, cultuurrelativisme

Full text in Dutch

Abstract in English