Center for Philosophy & Arts
 
 
Door Schijn bewogen
 

INHOUDSOPGAVE

                                                                                                                                          

 

Voorspel vii
Inhoudsopgave xi
INLEIDING. Een proeve van nietzscheaans denken 1
I NIETZSCHE. Denken van en in de schijn 13
HOOFDSTUK 1 NIETZSCHEAANSE SCHIJNBEWEGINGEN
Omgekeerd of ontzet platonisme? 15
1 'Verschijning' van het zijn 18
Excursie 1 Kant. Schijn en antinomieën 20
1 De kloof tussen verstand en Ding-an-sich 20
2 Schijn en antinomieën van de rede 22
2.1 Vormen van schijn 23
2.2 Antinomieën van de zuivere rede 24
3 Waarneming en esthetische ervaring 26
2 Omkering van de opposities? 29
3 Ontwrichting van de opposities 35
Excursie 2 Kant en Hegel. Dichotomisering en trichotomisering van de
werkelijkheid 36
1 Kant: statische trichotomieën 37
2 Hegel: dynamische drieslag of vierslag? 38
2.1 Splijting en dichotomieën 38
2.2 Dynamische trichotomieën 39
3 Dynamisering van de kantiaanse dichotomieën en trichotomieën 40
3.1 Mooi-lelijk: 'principiële' dissonantie 43
3.2 Geest-lichaam: wil 46
Excursie 3 De antinomische aard van het denken 51
1 Antinomieën binnen Kants systeem 52
2 Inzicht in de schijn van de antinomieën 52
3 Transcendentale ervaring? 55
3.3 Goed-kwaad: reactiviteit als positivering 58
HOOFDSTUK 2 TAAL ALS SCHIJNBEWEGING
De zelfsplijting van het subject 65
1 Kentheoretische wending: over waarheid en leugen 67
1.1 Retoriek en metaforiek: aanzetten tot een esthetisering van de waarheid 67
Excursie 4 Hegel. Schijnbewegingen 70
1 Schijn en reflectie: onstuitbare splijting 71
1.2 Objectiviteit en perspectivisme 80
1.3 Van historisme naar een genealogische diagnostiek 84
Excursie 5 Aantrekking en afstoting. Logische en reële opposities 88
1 Reële tegenspraak: repugnantie 89
2 Logische tegenspraak 90
3 Attraktion en Repulsion bij Hegel 93
4 Kracht'begrip': actio in distans 95
2 Fysiologie versus psychologie of een noodzakelijk dubbelperspectief? 97
3 Aforisme en stijl: voorbij inhoud en vorm 103
Excursie 6 Hegel. Reflexionsbestimmungen. Tegenstelling en tegenspraak 105
1 Van identiteit naar tegenspraak 106
2 Verschijning als oplossing van de schijn 109
3.1 Ironie: talige zelfsplijting 111
3.2 Parodie als methode: para-hodos 116
HOOFDSTUK 3 AFFIRMATIEF NIHILISME
Negativiteit en positiviteit van het Niets 121
1 Zijn: lijden als tegenspraak 124
Excursie 7 De ervaring van het sublieme 126
1 Het verhevene vóór Kant 126
2 Kant en het sublieme 127
2.1 Het schone: belangeloze aanschouwing 127
2.2 Het verhevene: splijting en omvatting 128
3 Het sublieme: het genot van het denken? 130
3.1 Van verhevene naar opheffing 130
3.2 Splijting en genot 131
2 Nietzsches kentheoretisch nihilisme 135
2.1 Nietzsche als laatste metafysicus? 136
Excursie 8 Kant. Negatie en grens 138
1 Kritische, privatieve negatie 138
2 Niets en oneindigheid 139
2.2 Zelfondermijning van het denken: aporie 141
Excursie 9 Hegel. Negativiteit en nihilisme 147
1 Antinomie-kritiek en slechte oneindigheid 148
2 Omsloten zelfsplijting: van uiterlijke naar innerlijke grens 149
3 Negativiteit: dialectische, inclusieve negatie 150
4 'Unruhe': worden en nihilisme 153
3 Nietzsches 'negatie' der negaties: genealogische, differentiërende negatie 155
HOOFDSTUK 4 ESTHETISCHE INDIFFERENTIE
Differentie en ervaring 161
Excursie 10 Van indifferentie naar differentie 161
1 Kant: kentheoretische onverschilligheid 162
2 Hegel: mateloosheid en indifferentie 162
3 Differentie en de Andere 163
1 Indifferentie en kunst 165
1.1 Kunst: drievoudige ervaringsmatige indifferentie 166
1.2 Ontzet platonisme: de 'negativiteit' van de wil en van het verlangen 169
1.3 Kunst als de ervaringsmatige toegang tot het zijn: Poros en a-porie 173
2 Eeuwige Wederkeer: indifferentie, differentie en ervaring 174
Excursie 11 Pierre Klossowski. De Eeuwige Wederkeer als ervaring 176
1 Noodzakelijke metaforisering 176
2 Eeuwige Wederkeer: negativiteit en affirmatie 177
3 Niets en de paradox: ongewild mystiek of 'bewust' mystificerend? 179
3.1 Mystieke toonzetting 179
3.2 Nihilisme: God, het heilige en het Niets 183
4 Het Ogenblik: implosie van de lineaire tijd 186
4.1 Eeuwige Wederkeer: zelfimplicatie en oneindigheid 187
4.2 Coincidentia oppositorum: ervaringsmatige oplossing van de oppositie 193
HOOFDSTUK 5 APORETISCHE STRATEGIEËN
Afgrondgedachten als schijnbewegingen 199
1 Aporie als affirmatieve beweging van en in de schijn 200
1.1 Aporie als kritiek van de kritiek 201
Excursie 12 Epistemologische aporetiek 203
1 Kant en Hegel: antinomie en tegenspraak 203
2 Hartmann: aporetiek van de kennis 205
1.2 Aporetisch denken en lijden 208
2 Aporie en ervaring: probleem of problematisering? 212
3 Nietzsches afgrondelijke gedachten 219
3.1 Aporie van het autonoom handelende subject: Wil tot Macht 222
3.2 Aporie van de historische mens en het utopisch bewustzijn: Übermensch 229
3.3 Aporie van de vooruitgang en de verlossing: Eeuwige Wederkeer 233
HOOFDSTUK 6 EXPERIMENTEEL FILOSOFEREN
Denkbeelden, kentekens en ervaring 239
1 Esthetisering van het begrip: afgrondmetaforen 240
2 Schijn-heiligheid der tekens: semiotiek als esthetisering van de taal 246
3 De wil tot schijn 251
3.1 Limietbegrippen 252
3.2 Regulatieve Ideeën of regulatieve ficties? 255
4 Filosofie als experiment: denken als metamorfoserende ervaring 261
II APORETISCH FILOSOFEREN. Schijnbewegingen in de filosofie 271
ENTR'ACTE 1 273
HOOFDSTUK 7 EEN FRANSE 'LINGUISTIC TURN'
Aporetisch weten, historiciteit en literatuur 277
1 Hegel voorbij: 'primaat' van differenties 277
Excursie 13 Bataille 1. Weer-zin van de materie 279
1 Werkelijkheid: polaire spanning als ervaring 280
2 Aard van de materie: ding als gebeurtenis 285
3 Sociaal-politieke implicaties: subversie 287
4 La tache aveugle: aporie 287
2 Aanzetten tot het denken van differenties 290
2.1 "Nietzsche à (la) Paris" 293
2.2 Lacaniaans structuralisme: De Saussure en Freud 298
Excursie 14 Lacan en Barthes.
"Het Onbewuste gestructureerd als een taal" en de schriftuur 298
1 Vertoog, betekenis en subjectiviteit 299
2 Lacan: psycho-analyse en semiologie 299
2.1 Teken: betekenaar en betekenis 300
2.2 Metafoor en metonymie 300
2.3 De Ander en het Ik 301
2.4 Verlangen en gemis 302
3 Barthes: de nulgraad van het schrijven 302
3.1 Écriture/schriftuur 302
3.2 Mythologie 304
3.3 Tekst en lichamelijkheid 304
3. Moderne episteme: analytiek van de eindigheid 308
3.1 De mens als empirisch-transcendentaal doublet 312
3.2 Het cogito-ongedachte doublet 315
3.3 Het (be)grijpen en terugwijken van de oorsprong 317
4 Literatuur en (on)eindigheid 320
HOOFDSTUK 8 DE WIL TOT HISTORISCHE WAARHEDEN
Methodische ironie bij Foucault 327
Excursie 15 Adorno. Negatieve dialectiek en esthetiek 328
1 Asymptotisch denken: de onmogelijkheid van het Buiten 329
2 Lichaam en lijden: het niet-identitieke 331
3 Esthetiek: uitweg uit de aporie? 333
4 Kunstreceptie en filosofie 334
1 Methodologische implicaties 336
1.1 Methode van de niet-methode: contradictie, verstrooiing en omkering 336
1.2 Evenementialisering 339
1.3 Zichzelf tegenspreken: hoe 'waar' is een analyse van 'waarheden'? 341
1.4 Overschrijding: een blinde vlek voor/bij de waarheid 345
2 Negatie en differentie 347
2.1 Privatieve, dialectische of differentiërende negatie? 348
2.2 Negativiteit, positiviteit, differentie: savoir, pouvoir en levensstijl 352
2.3 Differentie en indifferentie 356
3 Bewegingen van en in de schijn: methodische ironie 358
HOOFDSTUK 9 'SELBSTDEMENTI' VAN HET DENKEN?
Aporetische dimensie in Habermas' kritische denken 365
1 Kritiek op het neo-nietzscheaanse erfgoed 368
Excursie 16 Bataille 2. Aporie, absolute negativiteit en esthetiek 370
1 Realiteit, negatie en grens: denken en geweld 370
2 Absolute affirmatie: soevereiniteit 374
3 Esthetiek: de wereld zoals men deze ziet 375
2 Derrida: mystiek en fictie 378
2.1 Derrida als filosoof van de oer-oorsprong? 378
2.2 Filosofie en literatuur: fictionering van waarheden 383
3 Habermas' kritiek op Foucault: kritische presentatie 388
3.1 Praktijkbegrip: savoir-pouvoir 391
3.2 Savoir: archeologie als overwinning van de moderne aporie? 394
3.3 Pouvoir: machtsbegrip 397
Intermezzo 1 400
3.4 Presentisme, relativisme en cryptonormativisme 401
4 Habermas tegen-spreken 403
4.1 Presentisme of een geschiedenis van het heden? 403
4.2 Radicaal perspectivisme 409
4.3 Van reproduktie van normen naar produktie van waarheid 411
5 Aporie bij Habermas: rationaliteit als normativiteit 413
5.1 Rationaliteit: normloze procedure? 414
5.2 Rationaliteit als negatie van het geweld en differenties 418
HOOFDSTUK 10 HERHALEN, HERDENKEN, HERSCHRIJVEN
Aporieën bij Deleuze, Derrida en Lyotard 425
Excursie 17 Differentiedenkers 426
1 Denken van verschillen: Gilles Deleuze 429
1.1 Differentie en herhaling 432
1.2 Niet-dialectische differentie en conceptualiteit 438
1.3 Immanentievlak: consistentie 442
1.4 Denken als het uithouden van de aporie: virtualiteit 446
2 Schrijven en versgil: Jacques Derrida 452
2.1 Aporieën in het vroege werk 456
2.2 Aporieën in het latere werk 462
2.3 'Mystiek' of de ervaring van de aporie 467
3 Denken en geschil: Jean-François Lyotard 474
3.1 Voorbij de oppositie: differenties en meta-taal 476
3.2 Vermeende aporieën in Lyotards postmoderniteitsthese 483
3.3 Lyotards kritiek op de aporieën 485
3.4 Lyotards affirmatie van de aporie 487
3.5 Filosoferen: denken van de materie als het singuliere 489
III ESTHETISERING VAN HET DENKEN. Kunst-matige filosofie 495
ENTR'ACTE 2 497
HOOFDSTUK 11 APORIE EN ESTHETISCHE ERVARING
Einde van de esthetica, einde van de kunst 501
1 Van Hegel terug naar Kant: van opheffing naar het verhevene 502
2 Esthetisering van de westerse cultuur: aisthesis en anesthesie 506
Excursie 18 Differentiedenken en Zen 509
1 Nietzsche, neo-nietzscheanen en het Oosten 510
2 Barthes: esthetiek, satori en dood 512
3 Nihilisme en affirmatie van de schijn 513
3 "Kleine apologie van de esthetische ervaring" 515
4 Filosofie en kunst: de esthetica voorbij 522
4.1 Kunstenaars, kunstcritici en de filosofie 523
4.2 Filosofen over de kunst: conceptualiteit en ervaring 528
5 "Auflösung der Aporie?" 535
HOOFDSTUK 12 KUNST-MATIG FILOSOFEREN
Van een metafysische naar een esthetische aporie 543
1 Esthetische schijn als nieuwe gestalte van de transcendentale illusie 546
1.1 Lyotardiaanse ontregeling 546
1.2 Aisthesis en pathos 549
1.3 Passibilité: denken en pathos 553
1.4 "Esthetisering" van het denken? 555
1.5 Deleuzeaans denken: resonantie tussen filosofie en kunst 560
1.6 Esthetisering van het denken: concept, affect, percept 563
2 Jean Baudrillard: theorie als fatale strategie 570
2.1 Kritiek op differentiedenkers: omkering? 571
2.2 Ontwrichting door extremisering: hyperreëel en transesthetisch 574
2.3 Theorie als fatale strategie: transaporetisch filosoferen 576
3 Schriftuurlijke strategieën: filosofie als schijnbeweging 583
HOOFDSTUK 13 HYPERPOLITIEKE FIGURATIES
Aanzetten tot een hyperkritiek van de xenofobe rede 593
1 Ethisch-politieke implicaties 596
1.1 Politiek en esthetiek: receptie van differentiedenken 596
1.2 Ontwrichting van de oppositie: supplementariteit 600
1.3 Transpolitieke transparantie of hyperpolitieke spectraliteit? 605
1.4 Het einde van de politiek: een oneindige politiek 614
2 Aanzetten tot een hyperkritiek van de xenofobe rede 619
2.1 Van vervreemding naar bevreemding 621
2.2 Aporie als existentiële ervaring: (spi)ritualiteit 626
Intermezzo 2 632
2.3 Een cultuur van de blinde vlek: van tolerantie naar 'endurance' 634
3 Andere tijden: van een utopisch no-where naar een atopisch now-here 639
Intermezzo 3 642
Naspel 650
Noten bij excursies 651
Bibliografie 661
Namenindex 682
Zakenindex 686
Literatuurindex 721
Summary 727