Verslag expert meeting Intermediale reflecties
Dutch Aesthetics Federation
30 september / 1 oktober 2005
Museum Boymans Van Beuningen Rotterdam

De expert meeting Intermediale reflecties bestond uit drie delen: een reeks van vier besloten workshops, twee publieke manifestaties en een tentoonstelling.

I. 30 september

Aan de workshops werd deelgenomen door ca. 50 deskundigen uit de kunstwereld, kunstenaars, critici, docenten, onderzoekers en beleidsmakers. Op vrijdag 30 september waren tweemaal 4 parallelsessies georganiseerd, gewijd aan de podiumkunsten, de beeldende kunst, de literatuur en architectuur en design. 's Ochtends waren deze sessies gewijd aan de productie en stonden de vragen centraal hoe intermediale kunst wordt gemaakt, hoe daarin de spanning tussen intermedialiteit en mediumspecificiteit een rol speelt en hoe men op het publiek anticipeert. In iedere parallelsessie werd een inleiding gehouden door een kunstenaar, waarop door een collega kunstenaar of een theoreticus werd gereageerd. Deze korte presentaties waren bedoeld om de discussie te openen. De nadruk lag op het onderlinge gesprek van de aanwezigen, die op hun expertise waren uitgezocht. Die opzet bleek zeer goed te werken. De gesprekken waren zeer intensief en inhoudelijk van hoog niveau. Na afloop bleken de deelnemers heel enthousiast over de werkwijze en wat die aan inzicht had opgeleverd. In de middag spraken dezelfde vier groepen verder, maar was de vraagstelling verlegd naar de receptie; vier critici spraken over de problemen en uitdagingen die het schrijven over intermediale kunst opleveren en ook daar werd weer door telkens twee referenten kort op gereageerd, waarna de discussie door de overige deelenemers werd overgenomen.

Podiumkunsten
Workshop 1: Productie

Dramaturg Erwin Jans leidde de discussie in met een uiteenzetting waarin hij de werkwijze van het RO Theater in de Proustserie verbond aan een reflectie over intermedialiteit en de geschiedenis van het theater. Musicus en theatermaker Paul Koek reageerde daarop op basis van zijn eigen praktijk, met name bij Toneelgroep Amsterdam; theaterwetenschapper Chiel Kattenbelt complementeerde deze inleidingen met een uiteenzetting over de verschillende betekenissen van het begrip intermedialiteit. Deze bijdragen waren verweven in een intensief gesprek waarin onder andere de vraag werd gesteld waarin de hedendaagse intermediale kunstpraktijk verschilt van voorlopers als Wagners Gesamtkunstwerk of films als the Lord of the Rings.

Workshop 2: Receptie
Critica Jacqueline Oskamp besprak aan de hand van een voorbeeld de compexiteit van het schrijven over intermediale kunst en de gangbare redactiepraktijk waarin de grenzen tussen disciplines nog steeds strak getrokken zijn. Daarop werd gereageerd door critica Klazien Brummel en door Siebe Thissen, filosoof en directeur van het Centrum voor Beeldende Kunst. In het gesprek bleek dat er nog steeds een enorm gebrek aan inzicht is in intermediale kunst, dat er ook weinig opbouw van begrips- en theorievorming is, en dat pogingen om uit bestaande kaders te breken weinig ondersteuning krijgen. Internet werd als een nieuw forum gezien waarin wellicht mogelijk is wat in de gevestigde media niet kan.

Beeldende kunsten
Workshop 1: Productie

Vertrekpunt was het grensverleggende werk van Pascale Gatzen. Haar presentatie gaf aanleiding voor een constructief vervolggesprek waaraan werd deelgenomen door kunstenaar Raoul Teulinckx en filosoof Mark de Kesel. Klaas Hoek vatte het debat samen in een statement over de specificiteit van de intermediale productie.

Workshop 2: Receptie
Vertrekpunt was een statement van kunstkritikus Erik Hagoort. Hagoort benadrukte de ethische attitude die vereist is in de omgang met intermediale kunstpraktijken. Complementair hieraan berichtte curator Rein Wolfs over het ontwikkelen van tentoonstellingen met intermediale kunst.

Literatuur

Workshop 1: productie
Vertrekpunt was een presentatie van schrijver Chris Keulemans wiens "De Amerikaan die ik nooit geweest ben" uit een configuratie van een roman, een documentaire, een interview en een (interactieve) website bestaat. Literatuurwetenschappers Richard de Brabander en Kiene Brillenburg verzorgden co-referaten, waarin de vraag werd gesteld of de 'componenten' elkaar versterken of juist in de weg zitten.

Workshop 2: receptie
Vertrekpunt was een impressie van filosoof Jos de Mul over 'hyperteksten'; romans waarin de lezer het verhaal mede bepaalt. Literatuur recensenten 'Ger Groot en Arjan Peters zetten in hun co-referaten de hakken in het zand. De overige deelnemers van de sessie waren aanmerkelijk positiever over de toekomst van 'interactieve' romankunst.

Openbare kunsten: architectuur, design nieuwe media

Workshop 1: Productie
De presentatie werd verzorgd door een architect en een beeldend kunstenaar - Lars Spuybroek en QS Serafijn - die beiden verantwoordelijk zijn voor het interdisciplinaire en multimediale 'kunstwerk' de D-Tower in Doetinchem, dat tevens een interactieve component bevat waardoor de bewoners bij het werk worden betrokken. Door twee coreferenten werden vervolgens aspecten van deze aanpak bevraagd en vanuit hun eigen praktijk verder uitgewerkt. Mieke Gerritzen benadrukte daarbij vooral de interactieve potentie van het werk en toonde en eigen project: een graphic design film waarin geëxperimenteerd wordt met nieuwe leesstructuren. Een van de vragen betrof de micropolitieke doorwerkingen van dergelijke artistieke praktijken. Jouke Kleerebezem ging vooral in op de conceptuele inbedding van het werk. In het daaropvolgende gesprek werd met name deze interactiviteit tegen het licht gehouden.

Workshop 2: Receptie
In de tweede workshop werd het gesprek van de eerste - alle deelnemers van de eerste waren ook aanwezig in de tweede - voortgezet en naar het vlak van de receptie en kritiek getrokken. Jorinde Seijdel beschreef de conceptuele problemen en mogelijkheden die gepaard gaan met haar redacteurschap van Open, waarna Arjen Mulder en Roemer van Toorn, respectievelijk vanuit een nieuwe media en een architectuuroptiek het beschrijven van dergelijke projecten aan de orde stelden. Heel duidelijk kwam in het daaropvolgende gesprek de noodzaak van discoursontwikkeling op het gebied van kunst en openbare ruimte naar voren.

Publiek deel
Aan het eind van de middag was er een openbare presentatie waarbij componist, theatermaker, beeldend kunstenaar en schrijver Dick Raaijmakers centraal stond. Omdat Dick Raaijmakers wegens gezondheidsproblemen zelf niet aanwezig kon zijn, hadden de organisatoren een video-interview met hem gemaakt. Uit twee uur gesprek is een korte film samengesteld, waarin Raaijmakers, mede op basis van zijn publicatie Cahier-M, zijn ideeën over de relatie tussen muziek en andere kunsten, met name architectuur, over interdisciplinariteit en multimedialiteit en over de verschuivende verhoudingen tussen componist, uitvoerders en publiek uiteenzette. Twee sprekers die zijn werk goed kennen, Arjen Mulder en Frans Evers, vulden de film aan met bijdragen over instabiliteit als eigenschap van Raaijmakers artistieke oeuvre en over Raaijmakers werk als kunstpedagoog. De publiekspresentatie werd afgesloten door Winnie Sorgdrager, voorzitter van de Raad voor Cultuur, die sprak over de vraag of van de overheid een inhoudelijke kunstpolitiek verwacht mag worden. Deze bijdrage legde de brug naar de volgende dag, waarop het over cultuurpolitiek zou gaan. Er waren ruim tachtig aanwezigen.

Tentoonstelling De intermediale zone
Vervolgens werd de tentoonstelling 'De intermediale zone' geopend. Vijf jonge kunstenaars, Siebe de Boer, Bart Geerts, Chantal Ehrhardt, Mateusz Herczka en Gerco Lindeboom, allen recent afgestudeerd aan een van de Graduate Research programma's, toonden werk waarin de spanning tussen intermedialiteit en mediumspecifieke sensibiliteit experimenteel wordt gethematiseerd. Uitgangspunt was de vraag: welke rol speelt het intermediale debat in het actuele artistieke onderzoek? Om dit te onderzoeken bezocht Henk Slager graduate research programma's (Hisk, Antwerpen; Frank Mohr Institute, Groningen; Dutch Art Institute, Enschede; MAHKU, Utrecht; ArtScience, Den Haag/Leiden). Van elk instituut selecteerde hij een kunstenaar waarvan het onderzoek zich expliciet richt op mediumspecifieke of intermediale gezichtspunten. Voorafgaand aan de inrichting van de tentoonstelling vond een workshop plaats met studenten van de curatorenopleiding (De Appel, Amsterdam) en de participerende kunstenaars over het concept van de tentoonstelling. In het verlengde hiervan werd gesproken met Henk Oosterling en Alex Adriaansens. De tentoonstelling werd goed bezocht (ca. 100 mensen) en ontvangen. De Volkskrant berichtte erover in haar agenda.

II. 1 oktober

De tweede dag begon weer met vier parallelsessies, maar nu volgens een andere logica samengesteld. Elke workshop belichtte een ander aspect van intermedialiteit, te weten 'interdisciplinariteit', 'multimedia', 'interactiviteit' en 'conceptualiteit'. Opnieuw werden de gesprekken ingeleid met een presentatie en twee reacties, ditmaal vanuit de kunstwetenschappen, over de vraag hoe je intermedialiteit kunt onderzoeken. Na de lunch werd het gezelschap opnieuw ingedeeld in twee werkgroepen. In beide groepen droegen vijf deelnemers een kort statement voor over de vraag, wat intermediale kunst betekent voor het kunstbeleid in het algemeen en voor het beleid en de toekomst van de eigen instelling in het bijzonder. Hier was het centrale probleem dat intermedialiteit op gespannen voet staat met institutionalisering.

Multimedia
In deze sessie toonden drie bijdragen hoe verschillende benaderingen in de cultuur- en geesteswetenschappen verschillende dimensies van multimedialiteit en intermedialiteit articuleren. Literatuurwetenschapper Ginette Verstraete liet vanuit het theoretisch perspectief van de Cultural Studies zien hoe het spel met taal en beeld in Peter Zilahy's boek De laatste raamgiraf en de daarbij behorende CD-Rom politieke dimensies krijgt: de maker wil zijn publiek opnieuw leren lezen. Filosoof Rob van Gerwen verbond multimedialiteit in de kunst met het raadsel van de polysensoriale waarnemening. Filosoof Rob Zwijnenberg stelde dat intermedialiteit nergens zo radicaal aan de orde is als in de samenwerking tussen kunst en wetenschap op het gebied van de genomics.

Interdisciplinariteit
Vertrekpunt vormde een statement van lector
kunst en techniek Petran Kockelkoren. Het statement was dusdanig provocerend - de perceptie is per definitie technisch gemedieerd - dat er een goed inhoudelijk debat volgde met filosoof Jos de Mul, Anneke Smelik, mediatheoretica, en Jouke Kleerebezem, kunstenaar.

Interactiviteit
Multi-Media wetenschapper Joost Raessens besprak de verschillende graden van interactiviteit van computerspelen ('games'). Maaike Bleeker en Ingrid van Tol gaven kritisch commentaar. De discussie spitste zich toe op de vraag wat de status van een 'maker' is bij interactief tot stand komende producties.

Conceptualiteit
Patricia Pisters presenteerde een van haar onderzoeksprojecten aan de hand van filmfragmenten om de nieuwe reflectiviteit die in de beeldcultuur aan het ontstaan is, boven tafel te krijgen. In het daarop volgende gesprek werd door de deelnemers vooral op de beeldcultuur ingezoomd en werd op conceptueel niveau de ruimte verkend waarbinnen deze concepten - waar gegeven de presentatie veel nadruk op het werk van Deleuze kwam te liggen - zeggingskracht voor kunstpraktijken kunnen krijgen. Daar haar presentatie bij uitstek op beelden was gericht was er voor coreferaten gekozen die zich specifiek op het audio aspect richten. Sander van Maas kritiseerde Pisters these dat de reflectiviteit vooral door het inter, door de wisselwerkingen tussen media, mogelijk werd gemaakt door het Deleuziaanse concept van de onmiddellijkheid en immanentie op de muziekcultuur toe te passen, terwijl Erwin Roebroeks vooral een historische analyse van onze luisterervaring te berde bracht.

Beleidssessie 1
In de eerste sessie over de beleidsimplementatie wered door een viertal beleidsmakers een kortstatement afgeleged over het belang van intermedialiteit in hun praktijk. Bert van Meggelen beschreef hoe deze crossovers en de poging een breed cultuuraanbod te realiseren in zijn aanpak van Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 hadden doorgewerkt. Gitta Luiten deed verslag van een speciale pot die bij de Mondriaanstichting voor dit soort projecten was geschapen maar die uiteindelijk werd afgeschaft en onderbouwde dit door de vraag van kwaliteit naar belang te verleggen. Kees Vuijk belichtte het belang van intermedialiteit binnen de theaterwereld en Rutger Wolfson deed verslag van zijn laatste expositie over symbolen om de interdisciplinariteit, multimedialiteit en de behoefte aan nieuwe concepten aan te geven. In het daaropvolgende debat met de zaal, waaraan Bas Heyne deelnam, werd door hem al een voorschot genomen op zijn lezing waarin hij met name de urgentie van een werk benadrukte.

Beleidssessie 2
Frits Gierstberg ging in op de vraag hoe een monodisciplinaire instelling als het Nederlands Fotomuseum om zou kunnen gaan met intermedialiteit: hij zag dat eerder als een bij elkaar brengen van disciplinaire specialismen dan als een ontwikkelen van een nieuw soort interdisciplinaire specialisatie. Meta Knol, curator bij het Centraal Museum en gastcurator bij het Pleinmuseum, beschouwde het hybride karakter van het Centraal Museum als een vruchtbaar uitgangspunt voor een dynamisch en kaleidoscopisch tentoonstellingsbeleid dat openstaat voor de buitenwereld. Heiner Holtappels (NIM / Montevideo) betreurde de toename van het aantal bestuurslagen en vreesde voor een type interdisciplinair opgeleide kunstenaars dat in alle opzichten amateuristisch zou blijven. Kunstenaar Jeanne van Heeswijk liet zien hoe zij in haar projecten door de instituties heen probeert platforms te creëren waar mensen elkaar weer ontmoeten, maar ook steeds opbotst tegen de toenemende bureaucratisering en functiedifferentiatie. Jeroen Boomgaard, lector Kunst en Openbare Ruimte en lid van de Raad voor Cultuur, betoogde dat het 'inter' van de intermedialiteit bestaat bij gratie van de disciplinaire categorieën en pleitte voor een subsidiebeleid dat minder van individuele kunstenaars en meer van deelenemende instellingen uitgaat.


Publiekspresentatie: lezing en forum

De publiekspresentatie had als onderwerp, wat intermediale kunst voor de samenleving betekent. Journalist en criticus Bas Heijne stelde het engagement van intermediale kunst ter discussie door te wijzen op het gevaar dat die kunst verzandt in een oppervlakkige gerichtheid op beleving en door te pleiten voor een morele betrokkenheid die niet vervalt in moralisme. Een forum, bestaande uit Joke Hermsen en Marc de Kesel ging kritisch op zijn stellingen in. Daarna kon het publiek reageren. Ca. 130 aanwezigen woonden dit onderdeel bij.

Uit de reacties tijdens en na de expert meeting blijkt dat de aanwezigen enthousiast waren over de gevolgde werkwijze en over de mogelijkheid om intensief te praten met deelnemers uit andere disciplines en geledingen over een onderwerp waarvan het belang en de actualiteit sterk gevoeld worden, maar waarover in Nederland nog nauwelijks een discours ontwikkeld is. De expert meeting heeft daarom zeker in een behoefte voorzien en zal ook toegankelijk gemaakt worden voor een groter publiek. Alle gesprekken zijn op video opgenomen en komen zo snel mogelijk online beschikbaar. (Wegens de strenge veiligheidsvoorschriften van het museum bleek live streaming helaas niet mogelijk). De organisatoren werken samen met V2_verder aan een boekpublicatie met bijbehorende DVD die met name in het kunstonderwijs zal kunnen worden gebruikt.