Een van de meest vruchtbare ontwikkelingen binnen de fenomenologische
traditie is waarschijnlijk de uitwerking van een hermeneutische filosofie.
Heideggers destructie van het traditionele waarheidsbegrip en zijn pleidooi
voor een hermeneutische fenomenologie in Sein und Zeit (1927)
vormen de basis van Gadamers filosofische hermeneutiek in Wahrheit
und Methode (1960). Haar uitgangspunt getrouw heeft de hermeneutische
filosofie van begin af aan, in een beweging van vraag en antwoord, haar
vooronderstellingen en implicaties geëxploreerd.
Na een inleidend college over de geschiedenis van de hermeneutiek in
de westerse filosofie worden aan de hand van primaire teksten Heideggers
hermeneutische fenomenologie en Gadamers filosofische hermeneutiek besproken.
Daarna wordt ingegaan op de discussie die Gadamer met Habermas, Derrida
en anderen heeft gevoerd over de universaliteitsaanspraak en de grenzen
van de hermeneutiek.
Doel van de cursus:
kennisname van verschillende ontologische posities binnen de hermeneutiek
en het vermogen tot een eerste eigen standpuntsbepaling betreffende
de pretenties en grenzen van de hermeneutiek.