Een
uitvoerig verslag van het debat

Op 29 en 30 januari 2001 vond in de Koninklijke Schouwburg te Den
Haag, onder voorzitterschap van A.W. Prins, een congres plaats, dat
geheel was gewijd aan het Culturele Uitwisselingsprogramma tussen Nederland,
de Nederlandse Antillen en Aruba: de CUNNAA.
Het congres werd bijgewoond door zo'n 50 personen, die elk op eigen wijze betrokken
zijn bij voornoemde culturele uitwisseling: kunstenaars, waarvan sommigen tijdens
het congres meeslepende presentaties gaven van hun wedervaren binnen de CUNNAA,
galeriehouders, museumdirecteuren, beleidsmedewerkers op het terrein van onderwijs,
kunst en cultuur en 'last but definitely not least' de beide ministers van de
Nederlandse Antillen en Aruba, die verantwoordelijk zijn voor het kunst- en cultuurbeleid,
mevr. Beke-Martinez en dhr. Lamp.
De CUNNAA werd gestart in 1997 met als doel, zo leert de Toelichting op de Culturele
Samenwerkings Overeenkomst: "een levendige culturele uitwisseling die kan bijdragen
aan de versterking van de koninksrijksband" [...] "Culturele uitwisseling komt
ook ten goede aan de kwaliteit en de verscheidenheid van het cultuuraanbod in
elk van de landen" [...] "Over en weer wordt een positief beeld van samenleving
en cultuur bevorderd", en tenslotte beoogt het project: "de bevolkingen over en
weer meer met elkaar bekend te maken en aldus de wederzijdse waardering te vergroten".
Tijdens het congres werd met name ingegaan op het wedervaren van de CUNNAA met
betrekking tot podiumkunsten en beeldende kunst. De rapportages van het Fonds
voor de Podiumkunsten en het Centrum Beeldende Kunst bevestigen in het algemeen
dat de uitgezonden kunstenaars, beleidsmedewerkers op het terrein van kunst en
cultuur, vertegenwoordigers van kunstinstellingen en de pers de CUNNAA enthousiast
omarmen. Kanttekeningen werden geplaatst bij de hier en daar ontoereikende infrastructuur
op de Nederlandse Antillen en Aruba en vooral bij de falende reciprociteit van
het project. Een belangrijk punt van aandacht en discussie tijdens het congres
was dan ook de vraag hoe een grotere wederkerigheid gerealiseerd kan worden.
Een
uitvoerig verslag van het debat
