Paden / Poëtica / Digitale Renaissance

De medialisering van de werkelijkheid

Wanneer we om ons heenkijken, zien we dat de werkelijkheid in de twintigste eeuw in toenemende mate wordt vormgegeven volgens de esthetica van de massamedia. Benjamin heeft er in 1936 op gewezen dat in het tijdperk van de technische reproduceerbaarheid de kopie tot maatstaf wordt bij de produktie van kunstwerken. In het tijdvak van de massamedia is niet langer het aura - dat wil zeggen de cultuswaarde van het unieke, 'hier en nu' gegeven kunstwerk - doorslaggevend, maar de tentoonstellingswaarde van de kopieën. Enerzijds betekent het verlies aan aura onmiskenbaar een verlies aan werkelijkheid, anderzijds ontsluiten de kopieën een fascinerende nieuwe wereld. Benjamin onderkende ook al vroeg het ideologische belang van de massamedia. Ofschoon hij zijn hoop zette op de revolutionaire potentie van de nieuwe media (zoals die bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in de films van Eisenstein), besefte hij dat dezelfde media in de handen van zittende machthebbers een tegengestelde werking konden uitoefenen.

Zoals Benjamin voorspelde is de door hem beschreven ontwikkeling niet beperkt gebleven tot de kunst, maar geldt zij de gehele maatschappelijke werkelijkheid. Een onthullend voorbeeld is de landing van de Amerikaanse troepen in 1993 in Somalië. Niet alleen het tijdstip van de landing was zodanig gekozen dat het in prime time 'live' kon worden uitgezonden, maar ook stonden de regisseurs en cameraploegen al klaar om de inval op esthetisch-ideologisch verantwoorde wijze te ensceneren en vast te leggen. En zoals Benjamin eveneens voorzag is voor de hedendaagse politicus een professionele presentatie in de massamedia (Reagan) en de beheersing ervan (Berlusconi) belangrijker dan het gevoerde beleid.

Ik zou niet zover willen gaan als de 'hyperrealist' Baudrillard, die beweert dat inmiddels iedere verwijzing naar de werkelijkheid is verdwenen en dat de media in plaats van reproduktiemiddelen verdwijnvormen van de werkelijkheid zijn geworden, maar het is zonder meer duidelijk dat we in de nabije toekomst een ruimte zullen bewonen die in toenemende mate ingericht zal worden volgens de criteria van de virtuele werkelijkheid en waarbinnen de scheidslijn tussen fictie en feiten niet langer eenduidig zal kunnen worden vastgesteld. Immers, waar de kunstenaars uit de Renaissance de geografische ruimte ontsloten door middel van fictie, daar is de virtuele ruimte een produkt van (wetenschappelijke) fictie. Het werk van de multi-mediale kunstenaar in het post-representatieve tijdvak zal in het teken staan van wat we factie zouden kunnen noemen, tot realiteit geworden fictie. De onttovering van de ruimte in de moderne tijd slaat hier om in een digitale her-tovering.

© Jos de Mul. Laatst gewijzigd: 01-11-99